Nieuws

Interview met maker Land of Mine

Filmmaker Martin Zandvliet over Land of Mine.

Denemarken, 1945. De Tweede Wereldoorlog is voorbij, maar niet voor de groep jonge Duitse krijgsgevangen die de Deense kust weer landmijn-vrij moet maken.

Dit bijzondere drama (bloedstollend en intelligent tegelijkertijd) viel op het International Film Festival Rotterdam in de smaak bij de MovieZone Jury. Scenarist/regisseur Martin Zandvliet is heel blij met de MovieZone Award, verklapt hij in dit interview.

Misschien heb ik even zitten slapen bij de geschiedenisles over de Tweede Wereldoorlog, maar het verhaal van Land of Mine had ik nog nooit gehoord. Vertellen Deense leraren dit wel aan de klas?

"Nee, want het is een verborgen geschiedenis. Daar zijn er veel van hoor, elk land heeft in zijn historie wel verzwegen episodes. Ik wist van te voren alleen dat ik een film over de Tweede Wereldoorlog wilde maken. En dat er genoeg materiaal zou zijn dat nog niet tot vervelens toe is behandeld. Tijdens mijn research stuitte ik op het gegeven dat op bevel van de Britten Duitse krijgsgevangen -veelal jonge jongens- de mijnen aan de Deense kust moesten ruimen. Ik ontdekte hoe hachelijk het werk was, hoeveel er stierven. Toen wist ik dat ik mijn verhaal had. Er is nauwelijks wat over geschreven, op een voetnoot hier of klein hoofdstukje daar na. Ik bezocht begraafplaatsen, ontdekte details zoals waar de ratsoenen uit bestonden en hoeveel mijnen er onschadelijk zijn gemaakt. Alle feiten en getallen dus." 

Aha. Dus Land of Mine laat exact zien hoe het er destijds aan toeging?

"Nee, want daarna heb ik alle kunstgrepen toegepast die me als schrijver en regisseur tot beschikking staan. Ik stopte thriller-, suspense-, drama en horrorelementen in mijn scenario. Land of Mine is namelijk géén documentaire, maar een speelfilm. En als je tien euro betaalt voor een film, dan wil de kijker ook geëntertaind worden. Heel mooi als het publiek er iets van leert en de interesse in geschiedenis wordt geprikkeld, maar ik maak ook films om mensen te raken en te veranderen."

Kun je iets noemen wat je veranderde in de stap van feit naar fictie?

"Neem bijvoorbeeld de hoofdpersoon, de Deense sergeant-majoor Carl. Hij representeert álle Deense militaire leidinggevenden, maar ik weet natuurlijk ook dat daar goede en kwaaie tussen zaten. De weg die zijn personage aflegt, heb ik verzonnen: het is het traject naar meer menselijkheid. Da's een richting waarvan ik vind dat we die met zijn allen op moeten. Je kunt dus zeggen dat ik Carl mijn stem heb gegeven, mijn visie. Een ander voorbeeld is de 'dodenmars' waar ik Land of Mine mee beëindig. Dan lopen alle Duitse jongens over het mijnenveld, daartoe aangezet door Carls woede. Het is een passend einde van de film, maar in werkelijkheid vonden dat soort dodenmarsen al vanaf dag 1 plaats. Duitsers werden gedwongen om over de mijnen te lopen, want de Denen vertrouwden ze voor geen cent. Ik heb dat gegeven dus puur dramatisch gebruikt."

Op de aftiteling staat dat sommige scènes 'day for night' zijn geschoten - met een filter overdag draaien om net te doen alsof het nachtelijke opnames zijn. Waarom eigenlijk?

"Dat is een budgetkwestie, want overdag filmen is goedkoper, maar het moest ook omdat onze cast nog jong was. Er zijn allerlei regels waar je je op een filmset aan dient te houden. Om 's nachts te werken moet je achttien of twintig zijn. Het liefst had ik de nachtelijke scènes echt in het donker gedraaid. Wat je in de film ziet is een tussenoplossing, de scènes spelen zich nu in het halfduister af. We hebben zoveel mogelijk geprobeerd om tijdens het zogenoemde 'magic hour' te filmen. Als de zon superlaag staat en je mooie lange schaduwen krijgt. Het doel was om de film zo mooi mogelijk eruit te laten zien, terwijl je toch altijd de suggestie voelt van het gevaar dat ondergronds schuilgaat."

Land of Mine won al diverse prijzen. Hoeveel eer is het om daar dan nog een MovieZone Award aan toe te kunnen voegen?

"Dat Land of Mine de prijs van de jongerenjury won, vind ik speciaal. Ik denk dat we jongeren gemakkelijk onderschatten en dat de film het bewijs is dat een geschiedenisles niet per se saai hoeft te zijn. Soms strijden filmmakers en historici met elkaar, terwijl ze beter zouden samenwerken. Want dat is een manier om een jong publiek te interesseren voor boeken, of voor de universiteit. Volwassenen hebben nog te vaak vooroordelen over jongeren, en over het soort films dat ze wel of niet leuk vinden. 'Jongeren houden alleen van horrorfilms', hoor je dan. Niets van waar. Jongeren zijn een stuk slimmer dan we ze credit geven. Daarom kun je ze als filmmaker beter iets voorschotelen waar ze in hun gewone leven ook iets aan hebben."