Must sees

Coco

  • Ouder dan 6 jaar
  • Eng
  • VS 2017, 126 min
  • Regie: Lee Unkrich & Adrian Molina
  • Met: Gael Garcia Bernal, Benjamin Bratt, Anthony Gonzalez

De twaalfjarige Miguel is het buitenbeentje van de familie. Het Mexicaanse jochie droomt namelijk van een carrière als muzikant, maar vader, moeder en vooral oma háten muziek.

Als Miguel de gitaar van zijn overleden idool Ernesto de la Cruz 'leent', uitgerekend op de dag van het Día de los Muertos-volksfeest, belandt Miguel samen met zijn hond als enige levende ziel in het Mexicaanse dodenrijk. Daar ontmoet hij al zijn overleden (achter)ooms en tantes, én de zwendelaar Hector, die beweert dat hij Miguel weer veilig thuis kan brengen.

Over de makers

  • Coco heeft net zoals bijna alle andere Pixar-computeranimaties meerdere regisseurs: Lee Unkrich en Adrian Molina.
  • Lee Unkrich is een Pixar-veteraan die er vanaf de eerste film bij was en die een Beste Regie-Oscar scoorde voor Toy Story 3.
  • Adrian Molina is juist een groentje. Hij kwam als stagiaire bij Pixar binnen op de verhaalafdeling en maakte o.a. de animaties op de aftiteling van Ratatouille en storyboards voor Toy Story 3.
  • Molina heeft Amerikaanse en Latino-roots, en dat kwam mooi uit voor een film die zich helemaal afspeelt in een Mexicaanse setting en culturele folklore.

Pixar

Star Wars-bedenker George Lucas en Apple-pionier Steve Jobs stonden aan de basis van de Pixar Animation Studios, het bedrijf dat in 1995 filmgeschiedenis schreef met de eerste lange computeranimatie: Toy Story. Dat was de basis voor een succesverhaal vol moderne klassiekers en Oscar-winnaars als Finding Nemo, Monsters & co, The Incredibles, Up, WALL-E en Inside Out. Al bijna 25 jaar lang verlegt Pixar de grenzen van wat er op computeranimatiegebied mogelijk was. Maar de Pixar-artiesten grijpen ondanks alle technische snufjes ook altijd terug op de vondsten en werkwijzen van de 'ouderwetse' ambachtelijke tekenfilm.

(Computer)animatie

Animatie is zo oud als de geschiedenis van de film. Ouder zelfs, want voordat er bioscopen waren, kon je al animaties zien. In 1834 (meer dan zestig jaar voor de eerste filmvertoning) was er al een apparaat dat bewegende beelden vertoonde: de Zoetrope. Deze ronddraaiende cilinder werd destijds ook wel wondertrommel genoemd. Lange tijd was de tekenfilm (met Walt Disney's Sneeuwwitje in 1937 als eerste avondvullende vertoning) de meest voorkomende animatievorm. De opmars van de computer maakte een nieuw soort animatie mogelijk. In 1995 was Toy Story een doorbraak: het was de allereerste lange computeranimatie. De film was een hit en computers werden steeds sneller, beter en krachtiger. Geen wonder dus dat tegenwoordig de meeste animatiefilms niet meer met de hand worden getekend, maar met de computer worden gemaakt. Dat betekent trouwens niet dat de computer ál het werk doet. De computer is net als het potlood gewoon een stuk gereedschap. Het verzinnen van het verhaal, het ontwerpen én het inspreken van de figuurtjes blijft nog steeds mensenwerk.

Diversiteit

Op het eerste gezicht zou je zeggen dat de Pixar-films (net als de animatiefilms van andere Hollywood-studio's) lekker divers zijn: ze worden bevolkt door speelgoedpoppen, goede dinosauriërs, grappige monsters, vergeetachtige vissen en lieve robotjes. Maar kijk je net wat verder, dan is de conclusie dat de al die werelden (en stemmen) voornamelijk 'wit' zijn. Dat maakt Coco ook zo uitzonderlijk, want daarvan zijn alle personages niet-blank, is het verhaal doorweven van de Mexicaanse cultuur en zijn alle stemmen ingesproken door Latino-acteurs. Ondanks de specifieke setting en culturele gebruiken zijn het verhaal en de emoties natuurlijk universeel, en moet het kijkers over de hele wereld aanspreken. Maar verfrissend is het zeker. Pixar is overigens niet de eerste animatiestudio die wat meer diversiteit in de brouwerij brengt, maar wel de meest succesvolle. Eerdere pogingen van Disney (een zwarte prinses in The Princess and the Frog) en het op-en-top-Chinese sprookje Mulan waren niet hun grootste kaskrakers.