Must sees

21 Grams

  • Geweld
  • Ouder dan 16 jaar
  • Misdaad, Drama, Thriller
  • Regie: Alejandro González Iñárritu
  • Met: Naomi Watts, Sean Penn, Benicio del Toro, Charlotte Gainsbourg

Puzzelen met chronologica in heftig drama.

Waar gaat het over?

Als je dood gaat, wordt je lichaam eenentwintig gram lichter. Weegt je laatste adem zoveel? Is het je ziel? Het is het uitgangspunt van een sublieme en complexe film van Alejandro González Iñárritu, bekend van Amores Perros. Ook nu is een verkeersongeluk het uitgangspunt van een grootse kluwen verhaallijnen, over verlies, verslaving, liefde, schuld, toeval, wraak, verplichting, geloof, hoop en verlossing. Het scenario lijkt zo gewoontjes (professor op wachtlijst voor nieuw hart, liefdevolle moeder met drugsverleden en godsdienstwaanzinnige ex-gevangene komen met elkaar in contact), maar het verhaal wordt onnavolgbaar verteld in a-chronologische scènes, met indringend acteerwerk. Stukje bij beetje nemen de spanning en de emoties toe en wordt de samenhang duidelijk. Een film die je niet snel loslaat.  

De filmmaker

Alejandro González Iñárritu (1963, Mexico-Stad), heeft met 21 Grams pas zijn tweede film gemaakt, en de eerste in Amerika. Hij wordt dus door Hollywood gezien als een groot talent, en dat is allemaal te danken aan zijn speelfilmdebuut Amores perros. Die film was een overweldigend succes, zowel filmisch als commercieel. Hij kreeg er een Oscar-nominatie voor. Iñárritu’s carrière begon als producent en presentator voor de Mexicaanse radio, en als regisseur van commercials. Hij produceerde ook de muziek voor enkele speelfilms, die in Nederland volkomen onbekend zijn gebleven. Van zichzelf zegt hij dat ie eigenlijk een ‘frustrated musician’ is. De moeite van het vermelden waard: hij was ook nog DJ in de betere clubs van Mexico-Stad. Na Amores perros heeft Iñárritu nog een prijswinnend filmpje gemaakt voor een serie commercials van BMW, waaraan ook bijvoorbeeld Wong Kar-wai, Ang Lee en Guy Ritchie meewerkten.

De context

Buitenlanders in Hollywood

De regisseur heet Alejandro González Iñárritu, de cameraman Rodrigo Prieto en de scenarist Guillermo Arriaga, alledrie Mexicanen. Toch komt 21 Grams uit de Verenigde Staten, van een grote Hollywoodstudio. Iñárritu en zijn team passen in een lange traditie van buitenlandse talenten die Hollywood films maken. Dat verschijnsel is ontstaan in de jaren twintig. De vraag naar films was toen gigantisch, er gingen in Amerika dagelijks zo’n vijf miljoen mensen naar de bioscoop. De Europese filmindustrie was van hoog niveau, maar raakte door de Eerste Wereldoorlog in verval. Louis B. Mayer (de tweede ‘M’ in MGM) kocht vooral uit Duitsland iedereen met talent weg, om zijn productiecapaciteit te vergroten, Paramount deed hetzelfde. Mede daardoor verloren de Europese filmindustrieën de concurrentie met Amerika. In de jaren dertig kwamen daar nog de ‘émigrés’ regisseurs bij, die voor de nazi’s vluchtten. Ook merendeels Duitsers, zoals de beroemde Fritz Lang (Metropolis), die in Hollywood vooral B-films en thrillers te doen kreeg. Veel van de beroemdste Amerikaanse films zijn door buitenlanders gemaakt, zoals Billy Wilder, Ernst Lubitsch, Alfred Hitchcock en Michael Curtiz. Van de Duitser Curtiz (Casablanca) is de term ‘MOS’ afkomstig, voor een opname zonder geluid. Hij riep in half Duits-Engels “mit out sound, please”. Taalverschillen zijn nooit een belemmering geweest. In High Noon (1951) werd de all-American cowboy geregisseerd door Oostenrijker Fred Zinnemann. Er zijn meerdere redenen aan te wijzen waarom er zoveel buitenlandse regisseurs in Hollywood werken. Hollywood zoekt natuurlijk naar de grootste talenten, ze hopen dat de buitenstaanders een frisse blik hebben op sleetse genres, ze proberen er een grotere markt mee te bereiken (heel Mexico zal 21 Grams willen zien, en misschien spreekt de film de Latino’s wel meer aan), en er speelt ook een minderwaardigheidscomplex mee. Hollywood is altijd jaloers geweest op de buitenlanders, die in hun ogen creatiever zijn. Buitenlandse films kijken Amerikanen niet graag, maar ze kunnen wel de buitenlanders hun films laten maken, voor min of meer datzelfde gevoel. Van de eigen handtekening of het land van herkomst van de regisseur blijft echter meestal maar weinig over. Vroeger kwamen de immigranten vooral uit Europa, ten tijde van de koude oorlog bijvoorbeeld uit Oost-Europa (zoals Roman Polanski en Milos Forman). Sinds de jaren tachtig is het aantal enorm toegenomen en komt de import van over heel de wereld. Opvallend is het aantal filmmakers uit Azië en Latijns-Amerika. De Taiwanees Ang Lee maakte vooral arthousefilms, maar is in Amerika aan de grote spektakels gezet (Crouching Tiger, Hidden Dragon, de Hulk), John Woo heeft zijn Hongkongse trukendoos moeten meenemen (Face/Off, Mission: Impossible II) en Takeshi Kitano verhuisde zijn gangsterfascinatie van Japan naar LA (Brother flopte wel). Uit Midden- en Zuid-Amerika komen ook opvallende figuren. Alfonso Cuarón (Y tu mamá tambien) maakte de derde Harry Potter-film. Iñárritu werd in Hollywood voorafgegaan door zijn cameraman Pietro, die behalve 21 Grams nog acht Hollywoodproducties heeft gedaan (waaronder 8 Mile). Veel van de grootste films worden echter nog steeds door Duitsers gemaakt, zoals Wolfgang Petersen (Outbreak, Troy) en Roland Emmerich (Independence Day, The Patriot (!), The Day After Tomorrow). En door onze Paul Verhoeven natuurlijk.

Nader bekeken: filmstijl

Om twee redenen is 21 grams een opvallende film: de a-chronologische vertelstructuur en de filmstijl. Dat eerste is simpel (gewoon je film in stukken knippen en goed husselen), dat tweede is interessanter. De opvallendste stijlkenmerken zijn in dit geval een beweeglijke cameravoering, een korrelig beeld en een opvallend kleurgebruik. De ‘stijl’ van een film is een begrip dat voor nogal wat verwarring kan zorgen, omdat het ook in het dagelijks taalgebruik voorkomt (een stijlvolle film). In de film is stijl het systematische gebruik van filmische aspecten als mise-en-scène, camerawerk, montage en geluid. Stijl is in de meest kale vorm slechts een middel om het verhaal van de film te helpen construeren. Als de stijl verder gaat dan dat en opvalt, wordt er ook wel gesproken over ‘exces’. Dat is hier het geval. De camera is handheld (zelfs de ‘vaste’ shots) en kruipt erg dicht op de personages, er zijn veel close-ups, en de camerastijl versterkt hun gemoedstoestand, door extra wiebelig te zijn als de personages labiel worden, en door opvallende kadrering, bijvoorbeeld als Christina net een snuif coke heeft genomen op het toilet: haar hoofd is helemaal onder in beeld gekadreerd. Teveel ‘hoofdruimte’ verduidelijkt het gevoel van eenzaamheid. Hetzelfde gebeurt als ze de telefoon oplegt nadat ze haar drugdealer probeerde te bellen. Dan is ze is helemaal linksonder in beeld gekadreerd. ‘Abandoning angles’ noemden Pietro en Iñárritu die shots. “As if giving the character some space after being very close and intimate with them.” Er is met weinig scherptediepte gefilmd, omdat de onscherpe achtergrond een soort dreiging suggereert. Ook de uitgebleekte kleuren hebben een reden. Elk van de drie verhaallijnen hebben min of meer hun eigen stijl. Het verhaal van Paul (de hartpatiënt) is in koel licht geschoten (veel wit en ’s avonds blauwgroenig licht), dat van Jack heeft veel warmere kleuren (meer roodtinten), Christina zit ertussenin. Allemaal bijzonder symbolisch. Nadat Paul zijn transplantatie heeft gehad, komt er bijvoorbeeld overbelicht zonlicht binnen vallen. Er is voor de verschillende stadia in het verhaal met ander filmmateriaal gedraaid. Naarmate het de personages slechter vergaat, wordt er een groffere korrel gebruikt, wat er rauw en ‘echt’ uitziet, zeker als je de kleuren daarna uitbleekt, zoals dat hier is gedaan. Behalve een filmstijl bestaan er ook filmmakersstijlen, als er een unieke of herkenbare manier is waarop een filmmaker de filmische middelen inzet, bijvoorbeeld het gebruik van ‘deep focus’ door Orson Welles. Iñárritu kan inmiddels worden gekenmerkt door die losse camera en a-chronologische vertelling.

Commentaar van anderen

Bas Blokker, NRC:
Een regisseur mag alles. Hij kan één personage door twee mensen laten spelen. Hij kan mensen laten vliegen. Hij kan iemand doen oplossen in de lucht, een en dezelfde situatie tien keer verschillend laten beleven, een dag eindeloos laten herbeginnen, de tijd versnellen, vertragen, stilzetten. Dat hebben regisseurs ook allemaal uitgehaald in de filmgeschiedenis. En als ze ermee wegkwamen, was dat omdat hun stunt betekenis had voor wat ze te vertellen hadden. Gelet op de ingewikkelde structuur die Alejandro Gonzáles Iñárritu meegeeft aan 21 grams, zou je zeggen dat hij wel iets héél gewichtigs te vertellen moet hebben. Maar als je ten slotte helemaal uitgepuzzeld de bioscoop verlaat, heb je niet veel meer dan een keurig opgeloste Rubik's Cube in handen. Een paar verhaaltjes die van A tot Z hadden kunnen worden verteld, maar die zijn zo verknipt dat je bij de Q begint en via F en A en M bij de Z uitkomt. … Mooi gefilmd, aardig verzonnen, maar zonder betekenis. Amores Perros was Iñárittu's paspoort naar Hollywood, maar dan het stijlgevoelige Hollywood, het Hollywood waar ze denken dat Sean Penn een heel moeilijke en briljante acteur is en waar ze liever Benicio del Toro dan Brad Pitt casten (terecht natuurlijk). Straks, als het monopolie van Amerikaanse producties in de Europese bioscoop nog iets verder is opgekropen, moeten we nog blij zijn met films als deze in de arthouses. Het is namaak.