Camera

Shot

Niet elk shot staat er in een keer goed op. Vooral als een scène op locatie wordt opgenomen, kan en van alles mis gaan. Er kan opeens een auto door het beeld rijden. Of het gaat regenen terwijl in de scène de zon moet schijnen. Of de klok van een kerktoren begint opeens te luiden. Acteurs kunnen zich vergissen in de tekst. Of de huilbui die in het scenario staat, lijkt nergens op. Of iemand krijgt de slappe lach. Soms worden er wel tien takes genomen voordat er één goed shot is. De regisseur kiest welke takes worden weggegooid en welke hij wil gebruiken.

Een shot kan op verschillende manieren in beeld vertaald worden. Hier een paar voorbeelden:

Kadrering

De randen van het shot noem je het kader. De cameraman bepaalt via kadrering welk beeld de kijker te zien krijgt.  

Close-Up:

Voor een close-up zoom je in met je camera of plaats je de camera dichtbij je onderwerp of personage. Het is dan extra groot in beeld en je ziet een bepaald detail of gezichtsuitdrukking extra goed. Een close-up van een huilend gezicht heeft veel meer impact dan een medium.  

Medium

Hierbij breng je een personage van heup tot hoofd in beeld. Er is ook het zogenaamde 'plan americain-shot', hierbij breng je iemand vanaf net iets boven zijn knieën in beeld. Doe dit als je een western maakt, dan komen de holsters in beeld!  

Totaal

Bij een totaalshot breng je je personage van lange afstand in beeld; van kop tot teen. Dit is handig als introductie van een scène, dan kun je namelijk de omgeving goed laten zien en geef je de kijker een goed idee waar het verhaal zich afspeelt.   

Image result for zombies in a field

Deep Focus:

De personages of objecten op de voorgrond én op de achtergrond zijn scherp in beeld gebracht. Op die manier worden ze in het verhaal aan elkaar verbonden en laat je de kijker op beiden concentreren.